De Border Terrier: een kleine, ruigharige, in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm bewaard gebleven hond. Het werk van Engelands laatst overgebleven werkende terriërras bestond uit het jagen op vos, das, marter en kleiner wild. Hoewel de jacht op vos en marter tegenwoordig verboden is, wordt de Border Terriër tot op heden nog steeds gebruikt bij de vossenjacht. Dit geeft de Borderterriërs een heel aparte plaats in de terriergroep.

Bij welk ras ziet men de keurmeester, als hij de honden op een tentoonstelling aan zijn kritische blik onderwerpt, de dikte en losheid van het vel beoordelen en met beide handen de hond omspannen net achter de schouders?
Deze twee punten zijn n.l. van essentieel belang voor een werkhond: de dikke huid beschermd de hond tegen beten, en een hond met een te grote borstomvang zou kunnen blijven steken in een nauwe vossenpijp. Even belangrijk is de vereiste ruglengte; zonder deze lengte verliest de hond de flexibiliteit die nodig is bij het manoeuvreren ondergronds. Tamelijk lange benen zijn noodzakelijk, omdat hij de paarden en de meute foxhounds tijdens de jacht over het ruige, woeste terrein van zijn geboortestreek, het grensgebied tussen Engeland en Schotland, moet kunnen volgen.

Wie een pup koopt, krijgt meestal van de fokker een voedingslijst mee waarop staat wat de pup gewend was te eten en aanwijzingen omtrent de voeding die het hondje nodig heeft vanaf het moment dat het bij u in huis is. Het is niet verstandig een pup die dieet ‘A’ gewend was van de ene op de andere dag dieet ‘B’ voor te zetten. Dit leidt bijna altijd tot maagdarmstoornissen die er, samen met de verandering van omgeving die het hondje doormaakt, voor kunnen zorgen dat het dier volledig van slag raakt. Wanneer u geen voedingslijst meekrijgt, vraagt u dan in ieder geval wat hij gewend was te eten en zet hem dat de eerste dagen voor. Daarna kunt u geleidelijk overgaan op voeding van uw eigen keuze.

Er is tegenwoordig een ruime keuze op het gebied van hondenvoeding. U kunt kiezen tussen een kant-en-klaar voer zoals brok en/of blik, of een kant-en-klaar rauw diepvries voer zoals o.a. Haaks Barf, Energique, Duck, Prince, en Carnibest. Er zijn ook eigenaren die de voeding voor hun Border Terrier zelf samenstellen (BARF ).

BARF staat voor Bones And Raw Foods ( Botten en Rauw Voer) of Biologically Appropriate Raw Foods (voedsel wat dieren van nature behoren te eten).
Als u hier voor deze laatste methode kiest is het belangrijk dat u zich eerst op de hoogte stelt waar een BARF dieet aan behoort te voldoen.
Er zijn op dit gebied verschillende goede BARF boeken te koop en BARF-fora te bezoeken.

Het regelmatige onderhoud van de vacht bestaat uit een borstelbeurt met een eenvoudige haren borstel. Dat is meteen een goede gelegenheid om de hond even helemaal na te kijken op wondjes, teken en dergelijke. Teken zijn eenvoudig met een z.g. tekentang te verwijderen.

Een Border Terriër moet in het algemeen twee keer per jaar geplukt worden. Dit betekent dat u met vinger en duim plukje voor plukje het dode haar eruit trekt. Wanneer de vacht echt plukrijp is, zal de hond er beslist niets van voelen! Of de vacht plukrijp is kunt u testen door een plukje haar tussen duim en wijsvinger te nemen en met de groeirichting mee te trekken. Als het haar gemakkelijk loslaat, kunt u de hond plukken. Als u vindt, dat het haar toch nog te vast zit, probeert u het dan na een week gewoon nog eens. Waar het op aankomt, is dat u de hele bovenvacht(met uitzondering van snor, wenkbrauwen en baardje-het zogenoemde garnituur) met vinger en duim verwijdert. Gebruik dus nooit een schaar! De enige plaats waar dit wel is toegestaan, zijn de buik, die vaak te gevoelig is om het haar te plukken, en de voeten. Als u het goed doet en de vacht werkelijk rijp is, staat de hond na klaring van het karwei letterlijk in zijn hemd: alleen de ondervacht is nog over. Ook de haren in de oren moeten eruit geplukt worden. Na ongeveer twee weken haalt u alle overgebleven sprietjes van de oude vacht eruit.

De Nederlandse Border Terrier Club organiseert ieder jaar twee trimdagen waar de hele familie de kneepjes van het vak kan leren.

BARF staat voor Bones And Raw Foods (Botten en Rauw Voer) of Biologically Appropriate Raw Foods (voedsel wat dieren van nature behoren te eten).

Rasstandaard van de Border Terrier    (FCI standaard no. 10 / 12.03.1998 / GB)

Algemeen voorkomen: In wezen een werkende terrier. Moet in staat zijn een paard te volgen. Gedrag en temperament: Combineert levendigheid met moed.
Hoofd: Hoofd als dat van een otter.
Schedel: middelmatig breed.
Neus: een zwarte neus heeft de voorkeur, maar een lever- of vleeskleurige neus is geen ernstige fout.
Voorsnuit: kort, sterk.
Kaken/Tanden: schaargebit, d.w.z. de boventanden staan nauwsluitend over de ondertanden en zijn recht in de kaken geplaatst; een tanggebit is acceptabel; een ondervoor- of overbeet is een grote fout en hoogst ongewenst.
Ogen: donker met een indringende uitdrukking.
Oren: klein, V-vormig, van middelmatige dikte en dicht tegen de wangen naar voren vallend.
Hals: Van middelmatige lengte.
Lichaam: Diep, smal en tamelijk lang.
Lendenen: sterk.
Borst: ribben goed naar achteren doorlopend, maar niet te veel gewelfd daar een terrier met beide handen achter de schouder te omspannen moet zijn.
Staart: Middelmatig kort, tamelijk dik aan de basis en geleidelijk smaller toelopend. Hoog aangezet, vrolijk – maar niet over de rug gekruld – gedragen.
Ledematen: Voorhand: voorbenen recht, niet te zwaar van bot.
Achterhand: op snelheid gebouwd (“racy”).
Voeten: klein met dikke voetzolen.
Gangwerk: Is zodanig gebouwd dat hij een paard kan volgen (“sound”).
Huid: Moet dik zijn.
Vacht:
Beharing: hard en dicht met een dichte ondervacht.
Kleur: rood (“red”), tarwekleurig (“wheaten”), grijs & bruin (“grizzle and tan”), blauw & bruin (“blue and tan”).
Gewicht: Reuen 5,9-7,1 kg (“13-15,5 lbs”), teven 5,1-6,4 kg (“11,5-14 lbs”).
Fouten: Iedere afwijking van de voorgaande punten moet beschouwd worden als een fout en de mate waarin de fout moet worden aangerekend, moet in juiste verhouding